Facts & Fiction
De polygraaf meet lichamelijke reacties
FACT. De polygraaf registreert feilloos elke minimale verandering in zweetklieractiviteit, de borst- en buikademhaling, bloeddruk en hartslag. Deze veranderingen worden fysiologische (lichamelijke) veranderingen genoemd.
De technische metingen gedaan door een polygraaf zijn belangrijker dan de wijze waarop de vragen gesteld worden tijdens het polygrafisch onderzoek (m.a.w. polygrafisch onderzoek is meer een technisch dan een tactisch onderzoeksmiddel)FICTION. Er zijn verschillende vragentechnieken die bij polygrafisch onderzoek gebruikt kunnen worden, afhankelijk van de casus. De betrouwbaarheid van het polygrafisch onderzoek is afhankelijk van de gebruikte vragentechniek. Polygrafisch onderzoek is dan ook meer een tactisch dan een technisch onderzoeksmiddel.
Polygrafisch onderzoek kan op elke willekeurige locatie uitgevoerd wordenFICTION. De locatie waar het polygrafisch onderzoek uitgevoerd wordt dient aan strikte eisen te voldoen. Een polygrafisch onderzoek kan derhalve niet op elke willekeurige locatie uitgevoerd worden.
Elke willekeurige persoon kan getest worden middels polygrafisch onderzoekFICTION. De fysieke en mentale toestand van de potentiële kandidaat bepaalt of deze geschikt is voor het ondergaan van een polygrafisch onderzoek. Een kandidaat is onder andere ongeschikt voor deelname wanneer er sprake is van bepaalde fysieke en/of mentale beperkingen. Een kandidaat is tevens ongeschikt wanneer deze (zichtbaar) onder invloed is van verdovende middelen (bijv. alcohol/drugs) of wanneer er sprake is van een taalbarrière.
FICTION. De verschillende (meet)componenten worden over de kleding bevestigd. Tijdens het onderzoek mag (niet te dikke) bovenkleding dus aangehouden worden.
FICTION. Om een betrouwbaar polygrafisch onderzoek af te kunnen nemen dient men een maanden durende fulltime opleiding polygrafisch onderzoeker te volgen en succesvol af te ronden. Daarnaast dienen de geldende protocollen nauwlettend gevolgd te worden.
FICTION. De kandidaat dient een toestemmingsverklaring te ondertekenen dat er op vrijwillige basis wordt meegewerkt aan het polygrafisch onderzoek.
FACT. Het polygrafisch onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Gedurende de zogenaamde ‘pre-test’ wordt o.a. de werking van de polygraaf en de reden van het onderzoek besproken. Tevens worden in dit onderdeel alle vragen besproken die worden gesteld tijdens de daadwerkelijke polygrafische test.
FICTION. Om de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten te waarborgen is het aantal vragen dat tijdens 1 polygrafische test gesteld kan worden beperkt en afhankelijk van de te gebruiken vragentechniek.
FICTION. Om de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten te waarborgen kan tijdens 1 polygrafisch onderzoek slechts over 1 onderwerp vragen gesteld worden. Over dit ene onderwerp kunnen meerdere vragen gesteld worden, al is ook het aantal te stellen vragen beperkt.
-
Toekomstig handelen (van plan zijn iets te gaan doen) FICTION
-
Handelingen uit het verleden (iets gedaan hebben) FACT
-
Emoties/gevoelens FICTION
-
Gedachten (wensen, ideeën) FICTION
FICTION. Nervositeit beïnvloedt het resultaat van een polygrafisch onderzoek niet. In het algemeen kan gesteld worden dat iedereen die een polygrafisch onderzoek ondergaat, schuldig of onschuldig, nerveus is. De kandidaat zal vrijwel gedurende het gele onderzoek nerveus zijn. De lichamelijke reacties die bij dit nerveus zijn horen worden dan ook als ‘normaal’ gezien.
FICTION. Kandidaten proberen soms om het resultaat van de onderzoeken te beïnvloeden, middels het gebruik van zogenaamde countermeasures. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het proberen op een bepaald ritme te ademhalen. In de meeste gevallen werkt het gebruik van countermeasures echter in het nadeel van degene die het polygrafisch onderzoek ondergaat. Polygrafisch onderzoekers zijn erop getraind om het gebruik van countermeasures te herkennen.
FACT. De betrouwbaarheid van het resultaat van het polygrafisch onderzoek ligt rond de 90% (afhankelijk van de gebruikte vragentechniek). Er is geen enkel ander tactisch onderzoeksmiddel wat een vergelijkbaar hoog betrouwbaarheidspercentage haalt.
FICTION. Volgens onderzoek zou een getuigenverklaring een betrouwbaarheidspercentage van ongeveer 65% hebben. Zoals eerder aangegeven heeft het resultaat van een polygrafisch onderzoek een betrouwbaarheidspercentage van rond de 90% (afhankelijk van de gebruikte vragentechniek).
FICTION. Het resultaat uit een polygrafisch onderzoek (uitgaande van een meest gebruikte vraagtechniek) kan zijn: Deception Indicated (er is bedrog aangetoond)”, “No Deception Indicated (er is geen bedrog aangetoond)” en een “No Opinion. In een aantal gevallen komt er geen duidelijk resultaat uit het polygrafisch onderzoek –er kan niet met duidelijkheid gezegd worden of een kandidaat al dan niet de waarheid gesproken heeft op de onderzochte vragen-, er wordt dan gesproken over een No Opinion.
Vorige: Wetenschappelijke onderbouwing
Volgende: ScheveZaken